Kleine vernieuwende winkels maken het verschil

Edo Kruijver

  • Winkel: De Bissschopsmolen
  • Plaats: Maastricht

Edo Kruijver
Samen met compagnon Frank van Eerd exploiteert Edo Kruijver molen en bakkerij De Bisschopsmolen.Het is de oudste, nog werkende watermolen van Nederland met een eigen bakkerij in hartje Maastricht. Bijzonder is dat met de Bisschopsmolen de eeuwenoude keten boer-molenaar-bakker-brouwer in ere is hersteld, met het oergraan spelt als ingrediënt uit de streek.

Keuze voor zelfstandig ondernemerschap
Frank van Eerd en Edo Kruijver zijn in 2005 gestart met bakkerij De Bisschopsmolen. Edo Kruijver beschrijft: “Ik kom niet uit een bakkerskring of -familie. Wel heb ik in verschillende segmenten van het bakkerswezen gewerkt. Bij La Place heb ik veel geleerd over hoe je je moet presenteren als vakman en hoe je gasten kunt overtuigen. Hier leerde ik ook mijn huidige compagnon, Frank van Eerd, kennen. Frank was bezig met de ontwikkeling en creatie van een winkelconcept. Belangrijk uitgangspunt hierbij was niet alleen te vertellen hoe het gemaakt wordt, maar het ook te laten zien. Transparantie! Wil je iets opbouwen dan heb je bestendige mensen nodig en moet je snel beslissingen kunnen nemen en uitvoeren. Daarom koos Frank voor zelfstandig ondernemerschap en benaderde hij mij om hier als partner in te stappen.”

Samen werken
Belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering in de Bisschopsmolen is de omgang met mensen. Vanaf het startpunt zijn Frank en Edo bewust bezig met Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. “Medewerkers worden actief betrokken bij de onderneming. We houden geen functionerings- en beoordelingsgesprekken , maar motiveringsgesprekken (positieve feedback). Er wordt niet aan medewerkers gevraagd waar ze over tien jaar denken te staan. Wij vragen medewerkers uit te gaan van hun eigen kracht en aan te geven wat hun kracht is in het geheel,” is de uitleg van Edo.

“De Bisschopsmolen bestaat nu nog maar vier jaar. Bij de start waren er drie medewerkers, nu twintig. De omzet is met 360 procent gestegen. De onderneming heeft hierdoor wel in een korte tijd een aantal fases doorgemaakt. We zijn snel gegroeid.” Dat heeft volgens Edo wel tot enig verloop in het personeelsbestand geleid. “De filosofie van de Bisschopsmolen vraagt om personeel dat zich open en kwetsbaar durft op te stellen en zelf ook het gevoel heeft impact te hebben op het resultaat. Er is bij de Bisschopsmolen geen baas – medewerkers relatie. Iedereen moet de vrijheid voelen om te kunnen bijdragen.”

Zweren bij spelt
Bij de opzet van de Bisschopsmolen was het terughalen en uitdragen van oude schakels volgens Edo Kruijver een uitgangspunt. “Boer – molenaar – bakker: de productieketen komt terug in de winkel. We gebruiken als een van de weinige winkels in Nederland honderd procent spelt (een graankorrel met drie vellagen, die nog ongemodificeerd, onbewerkt en puur is). De prijs is ondergeschikt aan het verhaal. Maar het verhaal moet wel overtuigen, ook voor de boeren die investeren in het verbouwen van spelt.”

Aandacht voor de klant
In de Bisschopsmolen is aandacht voor de klant van groot belang. Er is honderd procent attentie voor de klant en zijn verhaal. Edo: “Gasten kunnen de bakkerij inlopen en vragen stellen over bijvoorbeeld het productieproces, waardoor ze echt een beeld van de onderneming krijgen. We verzorgen ook rondleidingen, workshops en meer. Het samenkomen van mensen heeft een positieve waarde en inspireert elkaar.”

Mond-tot-mond reclame heeft hen op de kaart gezet. Hierdoor neemt ook vanuit de ondernemershoek de aandacht voor hun concept toe. “We zijn ons ervan bewust dat de transparantie die we uitstralen ons ook kwetsbaar maakt. Maar door het unieke van het concept zal er niet direct een soortgelijke winkel om de hoek worden begonnen.”

Samenvattend noemt Edo het geloof in het product en de winkel als essentieel voor het succes. “Idealisme is nodig om het verhaal over te kunnen dragen aan mensen, maar wees wel bewust waaraan je begint. Laat je niet wegdrukken en zorg dat je je onderscheidt. Doe iets waarvan anderen zeggen ‘daar geloof ik niet in’.”